In onze kijk op de daken beantwoorden we drie vragen die onze naam oproept: Waarom Rotterdam? Waarom Daken? Waarom Dagen?
Waarom Rotterdam?
Rotterdam is uniek in haar architectuurcultuur en in de bouwwerken die dat heeft opgeleverd. Dat komt voornamelijk door de wederopbouw na het bombardement in de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal van de stad moest opnieuw worden geschreven en de pennen werden gretig opgepakt. We hadden weinig, maar er was ook heel veel mogelijk door de hoeveelheid lege ruimte. In de 21ste eeuw, nu de pagina’s weer bijna volgeschreven zijn, verandert deze kijk op de stad.
Weg zijn de lege vlaktes en het spreekwoordelijke kanon dat je na 18:00 uur kon afschieten op de Coolsingel. Ze zijn ingeruild voor een indrukwekkende skyline en een bruisend stadscentrum, vol nieuwe gebouwen van bekende architecten. En ook voor de schrijnende effecten van gentrificatie als beleid en een groeiende kloof van levenskwaliteit tussen hoge en lage inkomens in de stad.
Rotterdam was altijd al een internationale, superdiverse havenstad met veel armoede. Economisch belangrijk en toch achtergesteld. Deze ‘calimero-status’ bracht problemen maar creëerde ook lokale trots, waar een bepaalde gezamenlijkheid uit voortkwam. Rotterdammers verdedigden hun stad tegen iedereen. In de laatste jaren raakt die eenheid wat verder uit beeld. De ongelijkheid groeit en crises (zoals woningnood en klimaatverandering) bedreigen de gemiddelde kwaliteit van leven in de stad. Maar nu zonder al die vrije ruimte voor gebouwen en infrastructuur, die we hadden kunnen gebruiken om de stad een bepaalde richting op te duwen. Is ons lot bepaald? Of kan Rotterdam met innovatie en verbinding een nieuwe, meer duurzame en inclusieve bladzijde omslaan?
Rotterdam is de thuisstad van onze organisatie en de bril waardoor wij naar de wereld kijken. We kennen de culturele betekenis van ieder gebouw waarvan we het dak betreden. De stad en haar wederopbouw is daarmee ook de inspiratie voor onze kijk op het daklandschap. De wederopbouwarchitectuur en de bijbehorende ‘Rotterdamse laag’ zorgden voor circa 1 km2 plat dak in het centrum, grotendeels op dezelfde hoogte. In totaal heeft de stad zelfs 18,5 km2 (18,5 keer de Kralingse Plas) aan plat dakoppervlak ter beschikking, waar tot nog toe weinig gebeurt.
Daken kunnen nieuwe (adem)ruimte bieden om te werken aan de uitdagingen waar we voor staan. Zowel letterlijke ruimte om te benutten, als een mooi uitkijkpunt vanwaar we de stad kunnen beschouwen. Die hebben we nodig omdat de manier waarop we tot nu toe aan de stad bouwden niet duurzaam is. De eens zo ruime jas begint te knellen.
Het maaiveld wordt alsmaar drukker en dat zijn we niet zo gewend. Er is noodzaak tot verdichting, verduurzaming en meer hoogwaardige (semi)publieke ruimte. Plekken voor bewoners die ons beschermen tegen de effecten van klimaatverandering en die gezondheid en zelfontplooiing aanmoedigen. En dat in een stad met heel veel vrije ruimte op platte daken. Als je op zoek bent naar een wereldwijde dakenrevolutie, dan is Rotterdam een geweldig startpunt.
Waarom daken?
Verblijven op een dak heeft een bijzonder effect op mensen. Vanaf het dak krijg je nieuw perspectief, kun je ineens de horizon zien en je oriënteren. Je kunt vrij ademhalen, hoog boven het geruis van de stad. Tegelijk is het dak een plek waar we doorgaans geen oog voor hebben. Het dak valt ons alleen op wanneer we bescherming nodig hebben tegen de regen en de zon. Zeker in het platte Nederland, waar we niet zo verticaal denken en meestal weinig omhoog wordt gekeken.
Hoewel het dak benutten echt geen nieuw idee is (zie de vijf regels van moderne architectuur van Le Corbusier), is er de laatste jaren meer aandacht voor. Vooral vanuit het veld van architecten en ontwerpers. Maar ook van beleidsmakers en vastgoedeigenaren die inzetten op verduurzaming. Zeker in verdichtende steden is het dak benutten geen luxe, maar noodzaak.
Rotterdamse Dakendagen is een van de eerste culturele organisaties die zich, met behulp van een artistiek profiel, richten op het potentieel van daken. Bij de totstandkoming van het festival stond niet een artistieke discipline of (sub)cultuur centraal, maar een plek en het potentieel hiervan voor cultuur en alle belangen van de stad en haar bewoners. En als culturele instelling kiezen wij een andere weg en laten we andere stemmen horen dan onze collega-dakpioniers uit andere sectoren zoals techniek en overheid.
Daken zijn voor ons geen thema binnen een groter discours, geen business case of een versmalling van het architectonische veld, maar een creatieve werkplaats die onze kijk op de stad helpt vormgeven. Hoe we daken inzetten zegt iets over welke toekomst we willen voor de stad. Samen met culturele makers, ontwerpers en bewoners bouwen we aan een dakfilosofie met bijbehorende visie.
Het landschap van platte daken is in die visie een voortzetting van en aanvulling op het drukbezette maaiveld. Waar ruimte is om extra invulling te geven aan dat wat de stad en haar bewoners nodig hebben. De mogelijkheid om er in de stad een inclusieve laag bij te ontwikkelen die qua licht, lucht en ruimte daar de ideale omstandigheden voor heeft.
Niet slopen en weer bijbouwen, niet verdrukken wat geen plek meer kan vinden, maar serieus ons best doen om op nieuwe manieren de ruimte te gebruiken die we beschikbaar hebben. Ruimte die nu vast zit in ouderwetse systemen, tot we er anders mee leren omgaan. Wij benutten die mogelijkheden voor bewoners. Cultuur loopt daarin voorop en we nemen andere sectoren mee die dat samen met ons willen doen.
5. Richt het platte dak in als buitenruimte. Dat compenseert het verlies aan natuur dat de bouw van het huis veroorzaakt. Uit de vijf regels van moderne architectuur van Le Corbusier
Waarom dagen?
We practice what we preach. Door jaarlijks een festival te organiseren zijn we een terugkerende waarde in de stad die het daklandschap benut. Onze activiteiten representeren op zichzelf culturele, artistieke en maatschappelijke waarde voor bezoekers en artiesten. Dat gezegd hebbende, een festival is per definitie tijdelijk en ligt daarom niet per sé voor de hand als motor van een beweging die de stad permanent wil veranderen.
Toch is het voor ons heel logisch dat wij met de Rotterdamse Dakendagen niet alleen tijdelijk dingen mogelijk maken, maar ook een doorlopende ontwikkeling helpen vormgeven. Rotterdam is niet voor niets een evenementenstad die al sinds de wederopbouw de kracht van tijdelijke manifestaties gebruikt om de stedelijke identiteit te beleven, vorm te geven en te versterken. Denk bijvoorbeeld aan C70, Europese Culturele Hoofdstad (2001) en Rotterdam City of Architecture (2007).
De innovatieve kracht van een festival zit juist in de korte duur besloten, en dan vooral in de vrijheid die dit biedt. Tijdelijkheid creëert handelingsperspectief en ruimte voor experiment die er anders niet zou zijn. Het hoeft niet gelijk permanent te zijn, we kunnen het ook gewoon een keer proberen. Dat geldt dubbel voor daken, waar mensen doorgaans niet eens mogen komen.
Ook het publiek staat tijdens een festival meer open voor experiment: de energie en het dynamische en open karakter maken architectuur, kunst en cultuur, duurzaamheid en denken over de inrichting van een fijne stad veel laagdrempeliger. En zo betrekken wij mensen die doorgaans geen onderdeel zijn van stadsontwikkeling.
De meeste bezoekers kunnen onze activiteiten maar een paar dagen per jaar beleven, of wat langer bij een grote interventie. Maar de impact van het geheel is groot: plotseling is het grotendeels lege daklandschap van Rotterdam een feestelijke en gastvrije plek voor tienduizenden mensen. De transformatie verloopt schijnbaar moeiteloos, dankzij een steeds professioneler team met opgebouwde kennis en goodwill. Veel van die tijdelijkheid is slechts schijn, een goed bewaarde illusie. De organisatie en ons netwerk blijven jaarrond actief. Anders kunnen we niet doen wat we doen.
We werken samen met onze (internationale) partnerorganisaties, met de vastgoed- en bouwsector, met hogescholen, academies en universiteiten en met de makers, denkers en organisatoren uit de culturele sector (die overigens net zo hard als de bouwsector in transitie moet naar een duurzaam waardesysteem).
De heldere deadline van het festival zorgt altijd voor momentum, focus, aandacht en creativiteit. Projecten maken sprongen, iedereen is bij de les en in korte tijd gebeurt vaak meer dan op andere plekken in een heel jaar. We spelen kort op de bal en programmeren actueel.
Wij zien ons festival als een werkend prototype van een levendig daklandschap. Een prototype waar we van leren wat er nodig is om zoveel mogelijk van die toegevoegde waarde permanent te realiseren. Iedere iteratie van het festival brengt dit weer beter in beeld bij meer mensen.
Ieder festival is weer een nieuw hoofdstuk van het dakenverhaal. En die jaarlijkse afspraak met tienduizenden bezoekers is ons moment to show, don’t tell.